Je kind leert taal in zijn eigen tempo. Sommige kinderen leren sneller, andere langzamer. Daar hoef je je geen zorgen om te maken.
Maar blijft je kind moeite hebben met taal? Dan heeft hij misschien een taalprobleem.
Je kind:
- kent bepaalde woorden of zinnen niet;
- praat niet actief;
- maakt bijvoorbeeld fouten in de volgorde van de woorden;
- kan niet de juiste woorden vinden voor wat hij wil zeggen;
- laat je kind vertellen wat hij in een prentenboek ziet;
- kan een verhaal niet logisch vertellen.
Wat kun je doen?
- Laat je kind rustig uitpraten.
- Blijf letten op zijn taalontwikkeling.
- Herhaal eventuele onduidelijke of foute woorden op de juiste manier. Zonder dat je zegt dat hij het fout doet.
- Doe taalspelletjes zoals lotto of memory.
- Laat je kind een televisieprogramma navertellen.
bron: GGD