Achter in je borst liggen melkklieren. Die klieren maken de moedermelk. Vanuit de melkklieren lopen er kleine ‘kanaaltjes’ naar de tepel. Die melkkanaaltjes zorgen ervoor dat de melk naar je tepel gaat. In je tepel zitten veel kleine openingen waar de melk uitkomt.
Begint je baby te zuigen? Dan komen er 2 hormonen vrij in je lichaam: prolactine en oxytocine.
- Prolactine zorgt voor de aanmaak van nieuwe melk.
- Oxytocine zorgt ervoor dat de melk gaat stromen. Dit hormoon maakt jou én je baby rustig. Het is belangrijk voor de band tussen jou en je baby.
Hoeveel melk je maakt, hangt af van de vraag van je baby. Hoe meer je baby drinkt, hoe meer melk je lichaam maakt. Gaat je baby minder drinken? Dan wordt er minder melk aangemaakt. Je lichaam past de hoeveelheid melk steeds aan, zodat je baby precies genoeg krijgt.
Je melk gaat stromen zodra je baby begint te drinken. Dat heet ook wel: het ‘toeschieten’ van de melk. Hoe werkt dat precies? Je baby hapt naar je tepel. Hij masseert je tepel met zijn kaken (hij zuigt dus niet!). Daardoor maken jouw hersenen oxytocine aan. Dit hormoon zit in je bloed. Via je bloed komt het hormoon bij je melkklieren terecht. Daardoor trekken de melkklieren samen. En de melk spuit of stroomt naar buiten. Dit heet ook wel de ‘toeschietreflex’.
Geef je wat langer borstvoeding? Dan kun je al een toeschietreflex krijgen als je baby huilt. Je kunt ook een toeschietreflex krijgen als je een andere baby hoort huilen. Of wanneer je naar de foto van je kindje kijkt.
bron: GGD