Je kind zegt een paar woordjes. Hij herkent voorwerpen en wijst ze aan.
Hij doet je na. Hij probeert bijvoorbeeld om de boodschappen op te ruimen, door ze uit de tas te halen. Hij weet ook dat de afstandsbediening bij de televisie hoort.
Een kind wil graag dingen doen die jij ook doet. In het huishouden bijvoorbeeld. Hij weet al veel. Je kunt hemt dus gemakkelijke opdrachten geven. Zoals: “Pak je beker maar”.
Tips
- Lees voor. Bijvoorbeeld boekjes met plaatjes van dieren. Maak geluiden die de dieren maken. Je kind probeert je dan na te doen.
- Geef je kind een oude tas met spullen. Zoals een sleutelbos, een kam of een portemonnee.
- Laat je kind helpen bij klusjes in huis. Dat vindt hij net zo leuk als spelen.
- Met koken kan hij met een lepel in een eigen pannetje roeren. Doe er een paar stukjes appel of wortel in dan is het net echt.
bron: GGD