a a a

Segbroek/Loosduinen Scheveningen Centrum Haagse Hout Centrum Laak Escamp Leidschenveen/Ypenburg
Skip Navigation LinksHome > Baby > Groei en ontwikkeling > Lichamelijke ontwikkeling > Tussen 1 en 1,5 jaar vorige pagina Listen to this page with proReader  
Tussen 1 en 1,5 jaar 

Als je kind 1 jaar is kan hij al veel. Maar toch zijn veel dingen nog gevaarlijk. Je kind loopt nu de hele kamer door. En misschien klimt hij de trap op naar boven. Maar hij begrijpt nog niet dat heel veel dingen gevaarlijk zijn. Of dat sommige dingen gewoon niet mogen. Aan de cd’s of boeken zitten bijvoorbeeld. Of met de afstandsbediening spelen. Hoe ga je daarmee om?

  • Zet gevaarlijke en/of mooie dingen op een plek waar je kind niet bij kan.
  • Blijf tegen je kind zeggen dat hij ergens niet aan mag komen. Hij is nog te klein om dat te onthouden, maar leert het door het voor hem vaak te herhalen.
  • Zorg dat het aantal dingen waar hij niet aan mag zitten niet te groot is; dat leert sneller en zorgt voor minder stress bij jou.
  • Langzaam leert hij waar hij wel en niet aan mag komen.
  • Soms voel je je een politieagent. Dat hoort erbij!

Alles is leuk voor je kind. Daarom luistert hij niet naar je. Jij moet dus heel duidelijk zeggen wat wel en niet mag.

  • Roep niet door de kamer. Ga naar hem toe, kijk hem aan en zeg op ooghoogte duidelijk: "Nee".
  • Een paar keer heel duidelijk "nee" zeggen is beter dan de hele dag roepen terwijl hij je niet hoort.
  • Leg af en toe uit waarom iets niet mag. Maar doe dat niet te vaak. En ook niet te uitgebreid. Want je peuter begrijpt het nog niet.
  • Je mag best iets verbieden door te zeggen: "Omdat het niet mag". Je hoeft het niet steeds uit te leggen.
  • Prijs hem als het lukt om te luisteren!
  • Jij bent de ouder. Jij bepaalt wat mag en wat niet mag. Dat is voor je kind ook duidelijk.
  • Laat de box nog even staan. Zet je kind een tijdje in de box als je wilt dat hij nergens aankomt of als je even geen tijd hebt om op te letten.

Jij bent het voorbeeld. Je kind loopt achter jou aan en doet wat jij doet. Geef je kind een eigen stofdoek, emmer of gereedschapsdoosje. Dan kan hij samen met jou een klusje doen. Dat vindt hij leuk! En daar leert hij van.

Praat veel met je kind. Je kind leert steeds meer woorden. Ineens zegt hij 2 woorden achter elkaar. Dan maakt hij zijn eerste zinnetje. Vertel wat je doet. Bijvoorbeeld: "Samen een broodje eten", "Je jas pakken", "Boodschappen doen". Dan begrijpt je kind die woorden steeds beter.

bron: GGD

Opvoedingscanon
Mediatips
Oei, ik groei
Frans X. Plooij, Xaviera Plas
Informatie over zwangerschap en geboorte, waarbij ook aandacht wordt gegeven aan de (aanstaande) vader.
Lees meer
Lichaamstaal bij baby's
Frank van Marwijk
Naast uitleg over de betekenis van lichaamstaal worden ook suggesties gegeven over de omgang en communicatie met de baby.
Lees meer