Bij de geboorte heeft de baby een aantal automatische bewegingen meegekregen: reflexen. De bekendste voor ouders zijn de:
- Zuigreflex- als je met tepel, speen of vinger langs het wangetje strijkt, hapt de baby toe en gaat zuigen.
- Grijpreflex-bij aanraking sluit het handje en houdt vast (het voetje aan dezelfde kant doet mee).
- Schrikreflex- de baby spreidt de armen en hapt naar adem bijvoorbeeld bij een hard geluid.
In de eerste 3 maanden ontwikkelt je kind zich erg snel en gaat bewust en gericht bewegen.
- Na 1 maand kan je kindje al even het hoofdje omhoog houden als je hem op de buik legt. Nek en rugspieren worden sterker. Als je de baby oppakt moet je het hoofdje nog wel steunen. En laat je kindje niet alleen als het op de buik ligt.
- Na 2 maanden heb je oogcontact en krijg je een gericht lachje. Als je praat, begint je baby terug te brabbelen!
- Met 3 maanden kan je baby de handjes open en dicht doen en ernaar kijken en ongerichte grijpbewegingen maken.
- In buikligging steunt de baby nu op zijn onderarmen en tilt hoofd en borst op.
De motorische ontwikkeling loopt ongeveer in een vaste volgorde, maar niet altijd even snel. De aanleg van je kind bepaalt voor een groot deel hoe hij zich ontwikkelt, maar ook zijn conditie en de omgeving waarop hij reageert. Het is leuk om ook naar andere kinderen te kijken, maar vergelijk niet steeds!
Toch kan je ongerust zijn over de ontwikkeling. Heeft je kind problemen met drinken, zuigen of slikken? Is je kind erg slap of juist erg stijf of beweegt een kant veel meer dan de andere? Zijn de handjes nooit ontspannen? Volgt je kind een voorwerp niet met de ogen? Als je met drie maanden één van deze vragen met ja moet beantwoorden, maak dan een afspraak bij de jeugdarts van het consultatiebureau (CB).
bron: GGD